Meditatie

Vader

Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader
(Romeinen 8: 15.)

Het is Pinksteren geweest. De Heilige Geest is uitgestort. Wij, die geloven in Jezus, hebben de Heilige Geest ontvangen. Paulus noemt de Geest hier 'de Geest van aanneming tot kinderen'. Door die Geest roepen wij 'Abba'. Vader!

Veel mensen vinden het vanzelfsprekend God als 'Vader' te zien. Zij zeggen heel vrij: God is onze Vader en wij zijn broers en zussen van elkaar. De kerk is één grote familie.
In zekere zin hebben zij gelijk, maar ze gaan misschien snel voorbij aan het bijzondere en het unieke daarvan.

Andere mensen gaan nog verder. Zij zeggen dat alle mensen kinderen van God zijn. Want God heeft toch alle mensen geschapen? Deze gedachte komt voort uit het vrijzinnige protestantisme van de 19e eeuw. Deze liberale boodschap steunt op twee pijlers: 1. God is de vader van alle mensen. 2. Alle mensen zijn broeders en zusters van elkaar. Het lied 'kinderen van één Vader zijn wij allemaal', stamt van oorsprong uit vrijzinnige kring. De Bijbel spreekt niet op deze brede manier over het Vaderschap van God.

In het Oude Testament wordt God niet zo heel vaak Vader genoemd. En als het daar gaat om Gods Vaderschap dan gaat het over Gods verkiezing van Israël. God is niet de vader van alle mensen, maar van zijn volk. Zijn volk noemt Hij een enkele keer 'zijn zoon'.

Dit vaderschap heeft niet zoveel met geborgenheid te maken. Het duidt vooral op de roeping van Israël om trouw en gehoorzaam te zijn. Een kind is gehoorzaam aan zijn vader. En een vader is trouw aan zijn kind. Hij laat zijn kind niet in de steek; dat doet een echte vader niet!
De eerste keer dat we lezen over God als Vader is in Deut. 32: 6 waar we lezen: 'Doet u dit de HEERE aan, dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?' Hier klinkt een verwijt: 'Doen jullie dit je Vader aan?' Wat Israël doet (zonde en ontrouw), past volstrekt niet bij wat kinderen van deze Vader zouden moeten doen. God heeft als een vader veel goede zorg aan zijn volk betoond. Maar het volk gedraagt zich niet als kinderen. Zij werden ongehoorzaam door de afgoden te gaan dienen. Maar God is een trouwe Vader. Hij zal zijn kind niet zomaar prijs geven. Daar spreekt de profeet Hosea in hoofdstuk 11 heel indringend over. 'Toen Israël een kind was, had Ik hem lief, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen'. Vervolgens verwijt de profeet Israël namens God dat Israël ontrouw was en de Baäl diende.
'Ik echter leerde Efraïm lopen. Hij nam hen op Zijn armen, maar zij erkenden niet dat Ik hen genas.' Toch kan God Israël niet zomaar loslaten, want God is een trouwe Vader.

In het Nieuwe Testament noemt Jezus God 'Vader'. Ook dan gaat het zowel over gehoorzaamheid als over zorg (met name bij Lucas zien we dat God als een Vader zorgt).
Als God Vader is dan zullen wij God gehoorzamen. Jezus is zijn Vader gehoorzaam. Hij bidt: 'Abba, Vader, alle dingen zijn mogelijk voor U; neem deze drinkbeker van Mij weg, maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.' Als Jezus God 'Abba' noemt, dan verklaart Hij zich volkomen gehoorzaam aan Zijn Vader. Ook als Abba dit gebed van Jezus niet verhoort. De drinkbeker zal Jezus in gehoorzaamheid aan Abba tot de laatste druppel leegdrinken. In het evangelie van Johannes wordt God vaak ‘Vader’ genoemd. Maar ook daar niet in algemene zin. Jezus noemt God ‘Vader’ omdat Hij de Zoon is. In het evangelie van Johannes is de Vader eerst en vooral de Vader van Jezus als de Zoon.

Paulus trekt het vaderschap van God breder en persoonlijker. Hij doet dat door het vaderschap van God te verbinden met de Heilige Geest. Omdat wij de Geest hebben ontvangen, zijn wij kinderen van God en mogen ook wij God aanroepen met 'Abba'. Dat is een groot en kostbaar voorrecht.

Paulus ziet de christenen (binnen en buiten Israël) als kinderen van God door de Heilige Geest. Wij (christenen) hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn. Dat waren wij niet. Wij waren vleselijke mensen die onderworpen zijn aan zonde en dood. Dat zijn we nog. Maar de Geest bevrijdt ons daarvan. Die vrijheid van de Geest ontvangen we door Christus Jezus. Hij is de dood ingegaan en door de doop zijn wij met Hem gestorven en worden wij met Hem opgewekt tot een nieuw leven. Wij delen in het leven van Christus. Dat betekent ook dat wij in deze wereld delen in zijn lijden. Zo zijn we kinderen van God in deze wereld en mede- erfgenamen van Christus. En zo zeggen wij 'Abba'.

Door de Geest roepen wij God aan als Vader. Abba. Door de Geest hebben wij toegang tot de Vader. Door de Heilige Geest zijn wij verbonden met Jezus en ontvangen wij heel zijn verlossingswerk. De Vader is de Vader van Jezus Christus. Door het geloof in Jezus is Hij ook onze Vader. Omdat de Heilige Geest in ons woont, zijn wij verbonden met Jezus en mogen wij de Vader van Jezus onze Vader noemen. Christus leerde zijn discipelen bidden: 'Onze Vader die in de hemelen zijt...' En wanneer wij God 'Vader' noemen dan beloven wij dat wij Hem willen gehoorzamen en zullen doen wat Hij vraagt. Hij belooft ons dat Hij trouw zal blijven, onze zonden zal vergeven en voor ons zal zorgen in goede dagen en in moeilijke dagen.

Ds. C. Hoek