Meditatie

De Emmaüsgangers Lukas 24: 13 - 35

Het is allemaal voorbij. Afgelopen, over en uit. Tijd om naar huis te gaan; daar zullen ze wel eens verder zien.
Zo lopen deze twee volgelingen van Jezus naar Emmaüs.

Hoewel ze Jeruzalem achter zich laten, kunnen ze het gebeuren van de afgelopen weken niet loslaten. Volgens vers 14 blijven ze in gesprek over alles wat er gebeurd is. Dan nadert een derde man... die zich bij hen aansluit. Hij is voor hen een vreemdeling, een onbekende man. Maar wij kennen Hem. Het is de opgestane Heiland.

Jezus is de Goede Herder. Hier is Hij op weg om deze twee afgedwaalde schapen op te zoeken en terug te brengen tot de kudde. Hij zoekt het verlorene op. Dat is wat Hij doet!

Zo praten Kleopas en zijn vriend nog even door. Verbazing- wekkend. Deze mannen; wat weten ze er veel van! Ze kennen de inhoud van het evangelie heel goed. Luister maar: ze hebben het over zijn gevangenneming gehad, zijn veroordeling en zijn kruisiging (vers 20). Ze hebben het gehad over de verwachting dat Hij Israël verlossen zou. En nu hebben ze het over het lege graf, over een engel die verschenen is en de boodschap "dat Hij leeft" is hen verkondigd! Ze weten alles, maar ze geloven het niet en daarom zijn ze zo bedroefd.

Misschien dat wij ook wel Emmaüsgangers kennen. Nee, niet deze, maar wel andere Emmaüsgangers. In de familiekring, een broer of een zus, of een buurman... Of misschien hebben wij zelf Jeruzalem wel de rug toegekeerd en zijn we onderweg naar Emmaüs. Wat is een Emmaüsganger? Een Emmaüsganger is iemand die het evangelie kent en in grote lijnen op de hoogte is van Jezus de Nazarener. Maar... hoewel de Emmaüsganger het weet en allemaal precies kan vertellen, gelooft hij het niet en wandelt hij somber voort van Jeruzalem vandaan naar Emmaüs.

En Jezus? Draait Hij zich om? Denkt Hij: ik ga maar terug naar Jeruzalem want daar zijn discipelen die het wel geloven. Nee. Hij is de Goede Herder die de kudde verlaten heeft om de schapen die verloren dreigen te gaan, op te zoeken.
Hij loopt met hen op en als Hij hen heeft laten uitpraten, geeft Hij zijn reactie. O, onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan? En Hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in al de Schriften op Hem betrekking had.

Ziet u wat Jezus doet? In plaats van dat Hij hen bij hun arm vastpakt, grijpt Hij terug op het Woord. Jezus zegt hier ook niet: Ach ja, we beleven het allemaal anders. Ieder beleeft deze dagen op zijn eigen manier. De vrouwen hebben dat gezien, en Petrus zus en Johannes zag het weer zo en jullie zien het ook weer heel anders... Ieder zijn eigen waarheid en zo moeten we elkaar maar respecteren.

Nee. Jezus opent de Schrift en legt de gebeurtenissen in Jeruzalem uit aan de hand van Mozes en de profeten. Door de Schriften te lezen, ontdekken we de ware betekenis van het lijden en sterven van Jezus. Moest de Christus dit niet lijden om in zijn heerlijkheid in te gaan?

En de beide mannen... hangen aan zijn lippen. Ze luisteren en beginnen het te begrijpen.
En niet alleen dat... hun harten beginnen te branden. Zelf zijn ze uitgepraat, ze zwijgen want Hij moet spreken, naar Hem willen ze horen en van zijn Woord krijgen ze niet genoeg.

Als ze dan bij hun huis in Emmaüs komen, krijgt de vreemdeling niet de kans om afscheid te nemen.
Hij moet mee naar binnen. Ze zijn nog lang niet uitgesproken, ze willen meer horen want hun harten branden van verlangen.

Kijk... daar rust zegen op. Als we rustig de Bijbel openen en aan de hand van de Bijbel ontdekken waarom Jezus die donkere weg gegaan is. Dan gaan harten branden. Dan wordt geloof geboren. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor is uit het Woord Gods.

Jezus gaat mee hun huis in. Vandaag is Hij hun gast. Het eten wordt klaar gemaakt en ze gaan aan tafel. Maar dan treedt hun gast op als gastheer. Hij neemt het brood. Hij bidt om een zegen over het eten. Daarna breekt Hij het brood en reikt het hen toe.

Op dát moment worden hun ogen geopend.
Hij is verbrijzeld vanwege onze overtredingen, het moest alzo geschieden. Daar zien ze het voor hun ogen gebeuren: Het brood dat eerst heel is, breekt Hij voor hun ogen in stukken en dat stuk gemaakte brood reikt Hij hen toe. Zo kunnen ze het ontvangen. Het heil wat ons wordt aangereikt omdat Zijn Lichaam verbroken is. Het is Pasen in Emmaüs.

Ds. C. Hoek