Meditatie

En zij vonden het lichaam van de Here Jezus niet.
(Lukas 24: 3.)

Slechts een afdruk?

Het is voorbij, alles is voorbij. Het is voor niets geweest. Alles voor niets geweest.
Dat is het sentiment van Goede vrijdag. Alles loopt stuk in de dood.

Het leek zo mooi en het was zo veelbelovend. De Emmaüsgangers zeggen: 'Wij hoopten dat Hij het was Die Israël verlossen zou...' Maar blijkbaar was Hij het niet, want Hij ligt al drie dagen in het graf. En met Hem liggen al zijn woorden en daden in het graf. Misschien dat er hier en daar nog iemand rondloopt die door Jezus is genezen. Maar ook die zal in het graf eindigen en over 100 jaar ligt alles en iedereen in het graf.
Het graf heeft het laatste woord.
Zoals altijd.

Met die gedachte zijn op de eerste dag van de week een paar vrouwen naar het graf gegaan. Het enige wat je kunt doen, is rouwen op de plek waar alles eindigde. Ze hadden specerijen en mirre meegenomen. Dat is om het lichaam van de dode te verzorgen.
Dan komen ze bij het eindpunt; de plek waar het stil is en waar alles doodloopt. Daar blijft altijd alles hetzelfde. Daar verandert nooit meer wat.
Maar wat zien zij? De steen is afgewenteld van het graf. Ze gaan naar binnen en ze kijken rond, maar ze vinden het lichaam van de Here Jezus niet.
Alles is anders! Hoe kan dat?

Er is hier wat gebeurd. Op de plek waar nooit meer wat gebeurt, waar alles doodstil is, is echt iets gebeurd! Het graf is open en het lichaam is weg.

Maar... wat is er gebeurd? Hoe kan het dat de steen is weggewenteld en hoe kan het dat het lichaam weg is?
Dat zijn de vragen waar deze vrouwen nu over nadenken.
Ze zien iets en ze zien het niet.

Ze zien de gevolgen van wat er gebeurd is, maar het gebeuren zelf kunnen ze niet zien. Ze kijken naar een afdruk van het gebeuren. Zoals je aan een voetafdruk kunt zien dat er iemand geweest is, zo kijken ze naar een afdruk van Pasen. Hier is Iemand opgestaan uit de dood. Maar Pasen zelf zien ze niet. Ze kijken naar een afdruk van de opstanding.
Toch bewijst de voetafdruk dat er iemand geweest is. Zo bewijzen deze zaken dat Pasen gebeurd is. Jezus is opgestaan. Maar de opgestane Jezus zien we niet. Die hebben we niet in beheer. Maar we zien wel zijn ‘voetafdrukken’: Het graf is open en het lichaam is er niet meer.

Is het bij een afdruk gebleven?
Nee. Want de engelen kwamen om datgene wat ze zagen te verklaren: 'Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.' En later mochten ze de opgestane Here zelf zien. Dan wordt het echt Pasen in hun leven.

En wij?
Wij hebben afdrukken. De belangrijkste afdruk is het Woord van God. Daarin staat beschreven wat er is gebeurd. De mensen die we in de Bijbel ontmoeten komen altijd reëel over. De Bijbel hemelt de bijbelpersonen niet op, maar vertelt eerlijk wie ze waren, met al hun fouten. Dat maakt de Bijbel betrouwbaar. Het getuigenis van de evangelisten over de discipelen en de vrouwen is een betrouwbaar getuigenis. Het was zoals zij het hebben gezien. Het graf was leeg. Het lichaam was weg. De doeken waren opgerold. De engelen verschenen en later verscheen Jezus.
Is dit getuigenis slechts een afdruk? Een spoor dat Jezus achter heeft gelaten terwijl Hij er zelf niet meer is?
Nee. In en door dit getuigenis heen ontmoeten we Jezus. Als we samen in de kerk komen, ontmoeten we Jezus. Jezus is bij ons. De opgestane Heiland woont door zijn Geest in de gemeente. En dat mogen we ook zo ervaren. Niet als een vanzelfsprekendheid maar als een wonder.
Zo staan we sterk in het geloof. We hebben een afdruk van de feiten en we ontmoeten de Levende in de kerk en in ons hart. Jezus leeft en ik met Hem!

Ds. C. Hoek